Wat is een injectienaald?
Een injectienaald is een holle, steriele naald met een conus die op een spuit past en bedoeld is voor eenmalig gebruik. De dikte druk je uit in gauge (G). Hoe hóger het getal, hoe dunner de naald. Tegenintuïtief, maar zo werkt het.
De norm NEN-EN-ISO 7864 stelt eisen aan steriele hypodermische naalden voor eenmalig gebruik in metrische maten van 0,18 tot 1,2 mm. Dentale naalden en pennaalden vallen daarbuiten; die hebben hun eigen norm. In de catalogus kom je deze specificaties tegen:
- Gauge: van 16 G tot 30 G, met 21 G, 23 G en 25 G als gangbare maten.
- Lengte: van 12 mm tot 120 mm, met onder meer 16, 25, 30, 38, 40 en 50 mm.
- Verpakkingseenheid: 100 stuks per doos, voor grootverbruik tot 10.000 stuks.
Merken en normen in het assortiment injectienaalden
Deze categorie telt ruim 70 artikelen bij de medische groothandel. Bekende series zijn Sterican van B. Braun, Microlance van Becton Dickinson, Agani van Terumo en Neopoint van Servoprax. Ook Nipro, Chirana T.Injecta en Nokor Admix zijn leverbaar.
De naalden vallen onder CE-klasse IIa en worden geproduceerd onder ISO 13485. Dat betekent dat het kwaliteitssysteem van de fabrikant is getoetst door een onafhankelijke partij. Steriel en latexvrij zijn ze allemaal, en voor hergebruik is er geen enkele bedoeld.
Per serie hangt er een eigen productdossier aan, opgesteld door de fabrikant zelf. In dat van Sterican van B. Braun staat het zo omschreven: een steriele hypodermische naald voor eenmalig gebruik, bedoeld om vloeistoffen te injecteren of te aspireren. Twijfel je? Pak dan de documentatie van die specifieke serie erbij.
De toepassing van de injectienaald in de praktijk
Zet je zo'n naald op een injectiespuit, dan kun je er vloeistof mee toedienen of juist opzuigen. Intramusculair, subcutaan, intraveneus, intra-arterieel — de productdocumentatie noemt ze alle vier. Ook het optrekken van medicatie uit een ampul of flacon gaat met diezelfde naald. Voor een dikke suspensie gebruik je een ruime optreknaald en daarna een dunnere naald voor de toediening.
Steriliseren gebeurt met ethyleenoxide, en de blisterverpakking hoort dicht te blijven tot het moment dat je hem nodig hebt. Short bevel of een precisie-lancetpunt: veel series werken daarmee, met een dun laagje siliconenolie eroverheen voor een soepele penetratie.
Hergebruiken of opnieuw steriliseren mag niet. Na gebruik gaat de naald meteen de naaldencontainer in. Prikt iemand zich toch, dan ligt het landelijke beleid na een prikincident vast in de LCI-richtlijn Prikaccidenten van het RIVM. Volg voor de handeling zelf altijd het protocol van je instelling.
Het materiaal van de injectienaald
De canule van een injectienaald bestaat uit roestvrij chroom-nikkelstaal, bij sommige series specifiek AISI 304. Dat staal is sterk, corrodeert niet en laat zich strak slijpen tot een scherpe punt.
Polypropyleen vormt de hub of conus, vaak met een masterbatch voor de kleur. De canule is behandeld met siliconenolie van medische kwaliteit, wat de wrijving verlaagt. Bij sommige series staat de hoeveelheid op <0,25 gespecificeerd.
De conus sluit aan op een Luer-slip of Luer-lock aansluiting van de spuit. Die aansluiting is vastgelegd in internationale normen. Naast ISO 7864 kun je op verpakkingen ook verwijzingen naar normen als DIN 13097 en EN ISO 8537 tegenkomen. Een Luer-lock houdt de naald vast met een schroefdraad, handig bij viskeuze vloeistoffen en hogere druk.
Welke maat injectienaald kies je?
De maat van een injectienaald hangt af van drie factoren: de toedieningsweg, de viscositeit van de vloeistof en de patiënt. Stroperige medicatie? Dan schiet het optrekken een stuk harder op met een ruimere naald, 18 G of 20 G bijvoorbeeld. Subcutaan prikken vraagt precies het omgekeerde, want daar heb je in de meeste gevallen genoeg aan een kort, dun naaldje van 13 tot 16 mm.
- Bepaal de toedieningsweg: intracutaan, subcutaan, intramusculair of intraveneus.
- Daarna kijk je naar de lengte — van 12 tot 120 mm — en die hangt af van die route én van wie er voor je zit.
- Kies de gauge op basis van de dikte van de vloeistof, van 16 G tot 30 G.
- Controleer de verpakkingseenheid en de aansluiting op je naalden en spuiten.
Aan de conus zie je welke maat je in handen hebt: de kleur volgt de internationale codering van ISO 6009, waarin elke gauge een vaste kleur heeft. Groen is 21 G, een maat die bij intramusculaire toediening veel voorkomt. In dit assortiment zie je onder meer blauw, groen, oranje, roze, grijs, geel, zwart en bruin. Controleer bij twijfel altijd de opdruk op de verpakking.
Bestellen, bewaren en afvoeren van injectienaalden
Houd meerdere maten op voorraad: een praktijk die vaccineert én medicatie uit flacons optrekt, gebruikt verschillende naalden door elkaar.
Zo'n doos vraagt verder weinig: droog wegzetten, kamertemperatuur, uit de volle zon. Schrijf bij ontvangst meteen de uiterste gebruiksdatum erbij en zet de oudste voorraad vooraan, zodat die er als eerste uitgaat — first in, first out dus. Is een blister beschadigd of al open, dan gaat hij weg.
Wie meerdere maten tegelijk afneemt, let op de verpakkingseenheid: 100 stuks per doos is standaard, grootverbruikers bestellen tot 10.000 stuks. Vergelijk bij het kiezen van injectienaalden steeds gauge, lengte, aansluiting en slijping met elkaar. Zo krijg je een naald die past bij het protocol, de spuit en de vloeistof die je toedient.
















































